Natuurkunde : transposities

De natuur was hier en om daarin te kunnen verblijven is culturele herbezinning daadwerkelijk nodig. Het thema van de Maand van de Filosofie 2021 versterkt de vraag naar persoonlijke consequenties. We noemen een paar voorbeelden en suggesties.

Transitie door transformatie van houdingen.

Meer bestuurder dan politicus, meer dichter dan schrijver, meer kunstenaar dan historicus, meer consensus dan conflict, meer dit dan dat, meer coöperatie dan contestatie. Beide meerderen dan weer minderen.

Kernbegrippen in dit proces zijn transparantie en gemeenschappelijkheid. Immateriël rendement en verbeelding. Algemeen welzijn en digitalisering. Ga er maar aanstaan. La Transicíon común. Meer altruïsme, minder concurrentiestrijd. Meer aandacht voor ethiek in cultuur, minder voor succes in economie.

Philipp Blom heeft het over de huidige “geestbeving” analoog aan de culturele omwenteling sinds de aardbeving in Lissabon 1755. Deze gebeurtenis zou kunnen gelden als begin van de verlichte dominantie door dwangmatige vooruitgangsgedachten. Een mentaliteit die uitmondt in het prioriteren van ‘de (liberale) markt’. In zijn constatering, dat ook nu na een bank- en coronacrisis er een mentaliteitsverandering plaats heeft gevonden die een transitie opeist, legt hij het accent op de verbeelding. Kunst en kunstenaars kunnen een toekomstvisie verhelderen, voorstelbaar, begrijpelijk en uitvoerbaar maken.

Er lijkt kortom een soort ‘overbod’ of ‘overbieding’ te ontstaan wat betreft de aanmoedigingen tot transformatie en transitie. We, wij dus, willen allemaal dat het anders wordt. Beter, socialer, kennisrijker, welzijner, mooier. Bruno Latour heeft daar ook al op gewezen. Zo van: de wil is er, kijk maar wat er nu al gebeurd op kleine schaal. In de landbouw, in de energiesector, in het kunstenveld. Dus wat let ons, ons antropoceners? Bestormen we specifieke paleizen, ridderzalen, politieke kamers,  bedrijfskantoren? En wie coördineert die totale transformatie dan? Of kan het ook via decentrale autonomie, in fases, fragmenten, lokaal?

Hier oppert zoals vaak de vraag naar de uitvoering, in alle revolutionaire pacifistisch gelijkwaardige redelijkheid. Hoe nu verder. Eva Meijer: “Zelf vind ik het prettig om me ook praktisch te bekommeren om de dingen die misgaan……omdat je iets concreets doet”.

*Philipp Blom, Het grote wereldtoneel, over de kracht van de verbeelding in crisistijd, 2020. Eva Meijer: Vuurduin. Aantekeningen bij een wereld die verdwijnt. MvdF essay 2021, € 4,99.

Geplaatst in Geen categorie

Opening MvdFilosofie 2021

De opvolger van Daan Rovers als ‘Denker des Vaderlands’ is Paul van Tongeren. Hij liet zich alvast interviewen door Trouwjournalist Marc van Dijk voor een uitgave betiteld “Het wonder van betekenis”. Het boek laat zich lezen als “Een reisverslag gewijd aan geluk, de leegte en het wonder”(€ 15,00). Vanaf 1 april 2021 tot april 2023 zal de Denker publieksfilosofie hanteren. “Hij vat zijn taak op als ‘nadenken’: afstand nemen en met behulp van voor-denkers aandacht vragen voor wat vanzelfsprekend lijkt maar het niet is”. Van Tongeren is emeritus hoogleraar wijsgerige ethiek Radboud Universiteit, Nietzsche-deskundige en schrijft onder meer voor dagblad Trouw. Hij hield reeds twee lezingen in Assen bij De Verdieping; in 2018 over ‘dankbaarheid’ en in 2019 over ‘voltooid leven’. Een wonderlijke man, deze Denker. In een tijd die bol staat van wensdenken is zijn filosofische betekenis een uitgestoken hand voor wie graag houvast zoekt in een geloofwaardige, redelijk algemene opvatting. Het kan echter soms ook heel nuttig zijn om het toekennen van betekenissen eventjes uit te stellen.

We gaan er vanuit dat de Denker samen met vele anderen aanwezig zal bij de Opening van de Mvdf tijdens de Rotterdamse nacht van de Filosofie op 26 maart online vanaf 22uur, https://arminius.nl/rotterdamse-nacht-van-de-filosofie-4/

Het thema van de Maand van de Filosofie 2021 is trouwens ‘De Natuur was hier’. In Groningen doen ze het thema van vorig jaar – Waarheid – nog eens dunnetjes over: De Goningse Nacht van de Filosofie gebeurt op 16 april volledig online van 20 tot 23 uur en wordt georganiseerd door Forum Groningen, Faculteit Wijsbegeerte (RUG) en Studium Generale https://sggroningen.nl/evenement/groningse-nacht-van-de-filosofie-2021

Geplaatst in Geen categorie

Comparatieve cultuurbeschouwing

De dominantie van de westerse cultuurgeschiedenis in onderwijs en media alhier heeft de blik op andere culturen vertroebeld. Nogal selectief werden hoogtepunten en roemruchte figuren naar voren geschoven die de voortreffelijkheid van de westerse kunst en cultuur canoniseerden.

Het was daarom een culturele doorbraak dat een persoon als Anton Geesink zomaar een ander soort – aziatisch – geluid op het internationale podium bracht. Hij beoefende naast het Grieks-Romeins worstelen de martiale vechtkunst, het judo. Bijna tegelijkertijd begon Kristofer Schipper aan zijn uitnemende carrière als Taoistisch meester (1968) en sinoloog. Hij vertaalde onder meer de geschriften van Zhuang Zi. Beide persoonlijkheden zijn van het jaar 1934 en maakten op eigen wijze de route naar een comparatieve kennis van niet-westerse culturen toegankelijker. Geesink overleed in 2010 en Schipper onlangs op 18 februari 2021.

Ze vertegenwoordigen twee voorbeelden die beschouwd kunnen worden als een soort antropologisch onderzoek dat ook wat betreft kunst en filosofie goede diensten kan bewijzen. Elke cultuur heeft uiteraard te maken met vooroordelen en tegenstrijdigheden, maar met begrip leren tonen voor ‘exotische’ wijsheden – binnen een cultuurkritische context  en dialoog – zou weinig mis mee moeten zijn.

Geplaatst in Geen categorie

Kunst en ethiek


Vitale cultuur

Over de relatie kunst en maatschappij is met betrekking tot kunstbeleid al heel veel gememoreerd. Meestal in de zin van kunst als waarde op zich en kunst als toevoegende waarde aan economie en vrije tijd. Sinds het begin van de 21e eeuw lijkt er een soort tussencategorie te ontstaan – de creatieve industrie – die in de praktijk toch weer sterk aanleunt tegen het economische belang. Niet vreemd aangezien ook kunstenaars dingen maken die een commercieel profijt kunnen hebben. Daar worden op academies althans vaak op aangestuurd. Echter gezien die tussenpositie van artistiek en toch functioneel, werd in kunstbeleidcircuits soms de gehele kunstproductie als ‘creatief industrieel’ genomineerd. Dit zorgde mede geholpen door theoretici als Richard Florida die de grote, noodzakelijke, voordelen van deze categorie voor een cultuurwelvarende stad  beschreef, voor een ideologische ommekeer. Meer en meer werd van kunstenaars verwacht zich in te zetten voor een soort ‘algemeen belang’, zeker als er subsidies in het spel waren of bepaalde opdrachten te vergeven. De concepten ‘design’ en ‘toegepaste kunst’ kregen zo een zeer eerbiedwaardig én sympathieke, want bijdragend aan algemeen geluk, meerwaarde. Deze kunst gaf rumoer, want mediageniek, en ondersteunde ook nog een moderne vormgeving van een nieuwe levenswereld. De kunstenaar wordt culturele ondernemer en werkt aan onze toekomst.

Een evaluatie lijkt nu nog meer op zijn plaats omdat de roep om meer verbeelding in huidige maatschappijvisies, opgeld doet. Aanleidingen zijn al eerder gesignaleerd door transformatiedeskundigen, architecten en sceptische duiders van het neoliberalistische gedachtengoed dat de afgelopen veertig jaar een groot deel van het westerse wereldbeeld domineerde. De vraag werd: wat te doen. Gaat de kunstenaar zijn eigen, inventieve en cultuurkritische gang of wordt hij slippendragende, marktconforme, normondersteuner, nudger, propagandist van een goed gedisciplineerde wereldorde . 

Maxim Februari stelde die vraag op scherp tijdens de Huizingalezing 2020. Daarin pleit hij voor meer ‘slechte’ kunst in plaats van wereldverbeterende kunsttoepassingen. De omschrijving van ‘slecht’ bepaalde de lijn van zijn betoog en kwam neer op een pleidooi voor onaangepastheid en outsider-positie. De toekomstverbeelding waartoe kunstenaars, ook door kunstenaars zelf, worden opgeroepen vertrouwt hij niet. Vooral gezien de ervaringen met de tegenwoordige technologie en dataverwerking kan toegepaste kunst in de val lopen van ideologische exploitatie. Februari stelt nogal abrupt zijn literaire fictieopvatting samen op grond van het adagium dat kunst het ongeordende behandelt en dat daarbij geweld en destructie een vast onderdeel is. Hij lijkt hierbij een nogal romantechnische dialectiek aan te hangen dat het artistieke verhaal zonder ‘slechte’ aspecten nooit een opmaat kan zijn tot een realistisch beeld van het goede. Een moralistische visie, waarschijnlijk vanuit de gedachte dat het mooie alleen herkenbaar is tegenover het lelijke en onwenselijke. Hetgeen doet denken aan zogenaamde ‘gevaarlijke’ schrijvers als Nietzsche en Cioran.

Februari wantrouwt per definitie het idee van een alomvattend goed. We zouden veel meer de ethische consequenties moeten doordenken van idealistische voornemens vanwege mogelijke tegenstrijdige effecten. De oplossing van een klimaatcrisis zou bijvoorbeeld best wel eens ondemocratische maatregelen tot gevolg kunnen hebben. Kunnen we én de klimaatcrisis oplossen en democratisch blijven samenleven, kunnen we én onafhankelijk kunstenaar en social designer worden? Kunnen we niet allebei zijn? De verheven buitenstaanderpositie en het ‘slechte’, het provocatieve, als norm ook binnen niet-kunstkringen, klinkt toch ook wel een beetje sleets. Zeker als het beslag krijgt zonder specifiek doel, zonder een relatie tot ‘het betekenisloze’ als kenniscomponent, als wil tot weten.

Kernpunt van zijn these is uiteindelijk dat als kunst, of juister: kunstenaars, in de activistische zin de openbare ruimte mede gaan bepalen, daarmee een beheersing van die ruimte mogelijk maken waar Februari het liefst plekken open laat om vrij te kunnen leven, vrij te kunnen willen, vrij om zelf uit te maken wat we willen weten. Hij omschrijft trouwens kunst als een vorm van levenskunst. Hetgeen ook betekent, in de geest van Huizinga, dat je niet van alles zeker kunt zijn en als kunstenaar ook heel veel dingen niet weet en toch verder moet. De lezing eindigde daarom met een nogal speels cliché: “het tuinhekje staat open”. Hoewel dit citaat getuigd van een ironische open deur is er veel te zeggen voor een meer vitale en vitalistische kunstkritiek.

* 49e Huizinga lezing 11 december 2020, Academiegebouw Leiden. 

Maxim Februari is tevens lid van de Academie van Kunsten. Voor een verdere discussie kan het interessant zijn de opzet van deze Academie te vergelijken met de missie van de SCR, de Sociaal Creatieve Raad.

Geplaatst in Geen categorie

Kunstactivisme

De emancipatie van het individu is tijdloos. Emancipering van sociale groepen is, na de opkomst van een burgerlijke middenklasse, vooral sinds de industrialisatie in de 19e eeuw een voortdurend in bereidheid toenemende beweging. Een toename die op dit moment heeft uitgemond in de profilering van met name Black Lives Matter, Metoo en LGBTQ. Het aandeel van specifieke professies in deze bewegingen is lastig te meten, maar dat zeker kunstenaars er toe behoorden is zonder twijfel. Dat kunstenaars daarbij niet altijd een op een samenvallen met de identiteit van een sociale groep, maakt hun engagement soms eveneens niet eenduidig te definiëren. Toch zijn 19e eeuwse kunstenaars als Courbet, Millet, Israëls en Daumier om een paar realistische schilders te noemen geen alleingänger. Zij figureren mede in een bredere mentale geschiedenis die zich schaarde aan de zijde van ‘de lagere sociale klasse’, net als de schrijvers Balzac, Tolstoj en Multatuli. Het feit dat steeds meer mensen zich actief bezig houden met maatschappelijk functioneren is een gevolg van een groter politiek bewustzijn en organisatie. 

Een relatieve vergelijking met het tegenwoordige activisme dringt zich op. Ook nu komen steeds meer mensen, en kunstenaars, in het geweer tegen een repressieve én representatieve ongelijkheid die zich tot in de institutionele nerven van een dominante (westerse) cultuur heeft genesteld. Daar tegenover is daarom inclusiviteit tegenwoordig vaak een vereiste als beleidstrend. Niet alleen in de kunst- museumwereld maar ook elders in de beroepsgerichte maatschappij. Vandaar dat de kunstcriticus Hans de Hartogh Jager meent dat het nu vooral juist niet kunstenaars zijn die het emancipatoire voortouw nemen maar een nieuwe sociale ‘super-avantgarde’: “Na dertig jaar kunsthistorische stilte worden de artistieke machtsverhoudingen voor het eerst in twijfel getrokken. Maar daarbij komt het initiatief, anders dan bij de vorige avant-gardes, niet van de kunst, maar van bewegingen die strijden voor emancipatie van zwarten, vrouwen en lhbtq’ers.”

Is het theoretisch buitensluiten van kunstenaars binnen een sociologisch fenomeen op zich al een gotspe, de schrijver gaat bovendien voorbij aan het kunsthistorisch voorspel en de doorwerking hiervan. Zou het ook mogelijk kunnen zijn dat het huidige emancipatie-activisme het resultaat is van een tenminste twee eeuwenlange artistiek conflict om gelijke rechten? De schrijver Ewoud Kieft kon het dan ook niet laten om op accurate wijze de these van een ‘super-avantgarde’ om zeep te helpen. Deze zogenaamde sociale avantgarde lijkt hem eerder conservatief dan disruptief, namelijk gericht op een institutionele correctheid. Hij noemt als anti-poden, als voorbeelden van een werkelijke aanzet tot culturele omvorming onder meer het Futurisme, Dada en de opkomst van de Jazz-muziek. Waar Hans den HJ een romantisch avantgardisme denkt te hervinden, ziet Ewoud K.: “De ‘nieuwe avant-garde’ is namelijk al lang aan het ontstaan: ver buiten de instituties, waar vernieuwende, eigenzinnige kunstenaars het beste gedijen: op vrijplaatsen die ze zelf hebben gemaakt”.

Het onderliggend probleem bij het statement van een ‘sociale avantgarde’ is de wat gekunstelde scheiding tussen kunst- en cultuurhistorie. Alsof de autonome status van kunstenaars hun attitude en werkzaamheden principieel logisch discrimineert van een maatschappelijk functioneren. Bijkomend probleem is het selectief denken over moderne en hedendaagse kunst naar een ‘westers’ georiënteerd model met uitsluiting van artistieke prestaties en culturen elders in de wereld. Dit eenkennige denken dat een nostalgische voorkeur heeft voor “het avant-garde-idee” van vrijheid en vernieuwing, meent dat artistieke vernieuwing puur een kunstinhoudelijk domein betreft, in plaats van een hybride mix van artistieke, filosofische en wetenschappelijke tendenzen. Het is alsof opnieuw een discussie plaats vindt tussen een a-moreel kunst-om-de-kunsttheorie en een radicaal maatschappelijk engagement, waarbij de actualiteit van de mores na een langdurige, opportunistische, ontkenning eindelijk wordt geaccepteerd. 

Twee mensen die Metaforum had willen benaderen voor een lezing onder meer over deze relatie tussen kunst en maatschappij zijn Marleen Stikker van De Waag  en Rein Wolfs van het Stedelijk Museum Amsterdam.

Stikker sprak onlangs voor het Studium Generale Groningen in januari 2021 online over haar waarneming dat “de verbeelding aan de macht  (sindsdien) is uitgenut”. Met ‘sindsdien’ bedoelt ze het avantgardistisch elan dat vanaf de jaren 1960 aan de winnende hand was. Zij pleit nu voor reparatie van deze mentaliteit met ‘liminale’ medewerking van kunstenaars en wetenschappers onder meer in een Future Lab. Daartoe organiseert zij zogenaamde expedities met als titel ‘Planet B’ om het utopisch denken te stimuleren. Dit denken is een intersubjectief denken vooral gericht op onderzoek en ontwerp van de hedendaagse ontwikkelingen met veel aandacht voor technologie.

In een eveneens recent interview oppert Rein Wolfs dat “Ik denk dat de beeldende kunst momenteel activistischer kenmerken vertoont dan bijvoorbeeld de literatuur, waar vanouds altijd alles zwart-op-wit stond. In musea zijn we steeds meer bouwstenen van het ethische huis in het esthetische bouwwerk aan het opzetten.” Er is weliswaar altijd wel een kritische geest, “diepere waarheden”, werkzaam in de beeldende kunst maar alleen zichtbaar voor het geoefende oog omdat het onder de oppervlakte verborgen zit, aldus Wolfs. Hij wijst hier dus op twee dingen. Enerzijds de volgens hem niet direct zichtbare mogelijke betekenis en toegankelijkheid van kunst, (tot bijvoorbeeld inhoudelijk de intenties, boodschap, mededeling, associaties, kenniskritiek, protest, propaganda) en het veranderende beleid van musea die blijkbaar de ethische aspecten van de kunstbeschouwing hebben verwaarloosd. In hoeverre alle musea deze analyse onderschrijven is afwachten. Wel wijst dit op de bijzondere bijdrage van kunstinitiatieven die opereren in de marge van de culturele infrastructuur en juist wel de relatie esthetiek-ethiek regelmatig aan de orde stellen. Zijn uitspraken geven tevens aan dat in het algemeen het publieke kunstdiscours gebaat zou zijn met het accentueren van het historisch-filosofisch traject dat de hedendaagse beeldende kunst heeft afgelegd. Een traject ook wat recht doet aan het  verbeelde streven naar emancipatie en het opheffen van ‘ongelijkheid’ van mens, beroep, waarheid en ideaal. Niet in de vorm van nivellering of onverschilligheid maar daarentegen lettend op waardigheid en respect voor het andere en het ‘andersdenken’. Voor het anticiperen van anders kunnen zijn. Voor de mogelijkheid ook dat kunst belangeloos en onnuttig kan zijn.

*nrc next artikelen 21 januari 2021 (H. den Hartog Jager), 27 januari (E.Kieft), 2 febr. (R.Wolfs);  25 januari (M.Stikker) https://waag.org/en/article/waag-future-lab-design-and-technology  ; Thema van de Maand vd Filosofie 2014 was ‘Ongelijkheid’. Op uitnodiging van DeFKa Research gaf filosoof Judith Vega toen een lezing over De Fictie van Gelijkheid. Add.: Sinds juni bestaat er een SCR: “Bij ons kunt u aankloppen om samen met de beste kunstenaars en ontwerpers van Nederland te werken aan nieuwe toekomsten rond maatschappelijke vraagstukken.’’ https://www.sociaalcreatieveraad.nl/

Geplaatst in Geen categorie

Socrates prijs 2021

De Longlist Socratesbeker bestaat uit de beste filosofieboeken van 2020. De prijs werd altijd uitgereikt tijdens de Nacht van de Filosofie aan het begin van April.  Als het dit jaar live gebeurt is dan zal het hoogstwaarschijnlijk online zijn, zoals vorig jaar in juni vanuit debatcentrum Spui 21.

De filosofen wiens boeken zijn genomineerd voor een Socratesbekerprijs 2021, te weten Onno Zijlstra en André Klukhuhn,hebben ooit een lezing gehouden bij DeFKa Research Assen. De derde genomineerde Marjan Slob heeft ook een lezing gehouden in Assen op uitnodiging van Metaforum Assen. Hun publicaties staan op de longlist, naast 17 andere namen. Klukhuhn en Zijlstra schrijven vooral over kunst, wetenschap, waarneming en filosofie. Slob sluit daar bij aan in een mentale hoedanigheid, die van de eenzaamheid. Wij zijn benieuwd wie doorgaat voor de shortlist en geven Henk Oosterling’s ‘eco-emancipatie’ en Tinneke Beeckman’s ‘levensfilosofie’ een grote kans. Eva Meijer’s ‘Noordzee’ haalt het niet want zij schrijft al het essay voor de Maand van de Filosofie. Het klimatologisch correct denken is duidelijk aan de winnende hand. Toch is het boek van Miriam Rasch over dataïsme mogelijk het meest prijzenswaardig, althans, het zou een goede aanleiding zijn haar uit te nodigen voor een uitgebreide toelichting. Rasch is naast essayist tevens Research Coordinator at Willem de Kooning Academy.

Titels: André Klukhuhn, De vreemde lus; Onno Zijlstra, Verbeelding; Marjan Slob, De lege hemel. Miriam Rasch, Frictie.

Geplaatst in Geen categorie

Maand van de Filosofie 2021

Het thema in 2021 luidt: DE NATUUR WAS HIER

In april 2021 staat de natuur centraal. Landelijk neemt filosoof Eva Meijer hierin het voortouw als auteur van het essay van de Maand van de Filosofie. Het kinderboek wordt dit jaar geschreven door Bibi Dumon Tak.

Aanbevolen literatuur:  Bruno Latour, Parlement van de dingen – Gaia en de representatie van niet-mensen. Latour’s uitgangspunt is de blik van de andere kant, hoe natuur en objecten tegen de mens aankijken. Latours idee bevindt zich op het raakvlak van filosofie en kunst. Hij kreeg eind vorig jaar de Spinozalens 2020 toegekend.

Voor meer informatie en voor voorstellen tot gezamenlijke activiteiten: discussies, lezingen, breinwerk of denktank, mail naar info@metaforumassen.nl met cc naar info@defka.nl

Geplaatst in Agenda, DeFKa Research, Geen categorie