Kunstactivisme

De emancipatie van het individu is tijdloos. Emancipering van sociale groepen is, na de opkomst van een burgerlijke middenklasse, vooral sinds de industrialisatie in de 19e eeuw een voortdurend in bereidheid toenemende beweging. Een toename die op dit moment heeft uitgemond in de profilering van met name Black Lives Matter, Metoo en LGBTQ. Het aandeel van specifieke professies in deze bewegingen is lastig te meten, maar dat zeker kunstenaars er toe behoorden is zonder twijfel. Dat kunstenaars daarbij niet altijd een op een samenvallen met de identiteit van een sociale groep, maakt hun engagement soms eveneens niet eenduidig te definiëren. Toch zijn 19e eeuwse kunstenaars als Courbet, Millet, Israëls en Daumier om een paar realistische schilders te noemen geen alleingänger. Zij figureren mede in een bredere mentale geschiedenis die zich schaarde aan de zijde van ‘de lagere sociale klasse’, net als de schrijvers Balzac, Tolstoj en Multatuli. Het feit dat steeds meer mensen zich actief bezig houden met maatschappelijk functioneren is een gevolg van een groter politiek bewustzijn en organisatie. 

Een relatieve vergelijking met het tegenwoordige activisme dringt zich op. Ook nu komen steeds meer mensen, en kunstenaars, in het geweer tegen een repressieve én representatieve ongelijkheid die zich tot in de institutionele nerven van een dominante (westerse) cultuur heeft genesteld. Daar tegenover is daarom inclusiviteit tegenwoordig vaak een vereiste als beleidstrend. Niet alleen in de kunst- museumwereld maar ook elders in de beroepsgerichte maatschappij. Vandaar dat de kunstcriticus Hans de Hartogh Jager meent dat het nu vooral juist niet kunstenaars zijn die het emancipatoire voortouw nemen maar een nieuwe sociale ‘super-avantgarde’: “Na dertig jaar kunsthistorische stilte worden de artistieke machtsverhoudingen voor het eerst in twijfel getrokken. Maar daarbij komt het initiatief, anders dan bij de vorige avant-gardes, niet van de kunst, maar van bewegingen die strijden voor emancipatie van zwarten, vrouwen en lhbtq’ers.”

Is het theoretisch buitensluiten van kunstenaars binnen een sociologisch fenomeen op zich al een gotspe, de schrijver gaat bovendien voorbij aan het kunsthistorisch voorspel en de doorwerking hiervan. Zou het ook mogelijk kunnen zijn dat het huidige emancipatie-activisme het resultaat is van een tenminste twee eeuwenlange artistiek conflict om gelijke rechten? De schrijver Ewoud Kieft kon het dan ook niet laten om op accurate wijze de these van een ‘super-avantgarde’ om zeep te helpen. Deze zogenaamde sociale avantgarde lijkt hem eerder conservatief dan disruptief, namelijk gericht op een institutionele correctheid. Hij noemt als anti-poden, als voorbeelden van een werkelijke aanzet tot culturele omvorming onder meer het Futurisme, Dada en de opkomst van de Jazz-muziek. Waar Hans den HJ een romantisch avantgardisme denkt te hervinden, ziet Ewoud K.: “De ‘nieuwe avant-garde’ is namelijk al lang aan het ontstaan: ver buiten de instituties, waar vernieuwende, eigenzinnige kunstenaars het beste gedijen: op vrijplaatsen die ze zelf hebben gemaakt”.

Het onderliggend probleem bij het statement van een ‘sociale avantgarde’ is de wat gekunstelde scheiding tussen kunst- en cultuurhistorie. Alsof de autonome status van kunstenaars hun attitude en werkzaamheden principieel logisch discrimineert van een maatschappelijk functioneren. Bijkomend probleem is het selectief denken over moderne en hedendaagse kunst naar een ‘westers’ georiënteerd model met uitsluiting van artistieke prestaties en culturen elders in de wereld. Dit eenkennige denken dat een nostalgische voorkeur heeft voor “het avant-garde-idee” van vrijheid en vernieuwing, meent dat artistieke vernieuwing puur een kunstinhoudelijk domein betreft, in plaats van een hybride mix van artistieke, filosofische en wetenschappelijke tendenzen. Het is alsof opnieuw een discussie plaats vindt tussen een a-moreel kunst-om-de-kunsttheorie en een radicaal maatschappelijk engagement, waarbij de actualiteit van de mores na een langdurige, opportunistische, ontkenning eindelijk wordt geaccepteerd. 

Twee mensen die Metaforum had willen benaderen voor een lezing onder meer over deze relatie tussen kunst en maatschappij zijn Marleen Stikker van De Waag  en Rein Wolfs van het Stedelijk Museum Amsterdam.

Stikker sprak onlangs voor het Studium Generale Groningen in januari 2021 online over haar waarneming dat “de verbeelding aan de macht  (sindsdien) is uitgenut”. Met ‘sindsdien’ bedoelt ze het avantgardistisch elan dat vanaf de jaren 1960 aan de winnende hand was. Zij pleit nu voor reparatie van deze mentaliteit met ‘liminale’ medewerking van kunstenaars en wetenschappers onder meer in een Future Lab. Daartoe organiseert zij zogenaamde expedities met als titel ‘Planet B’ om het utopisch denken te stimuleren. Dit denken is een intersubjectief denken vooral gericht op onderzoek en ontwerp van de hedendaagse ontwikkelingen met veel aandacht voor technologie.

In een eveneens recent interview oppert Rein Wolfs dat “Ik denk dat de beeldende kunst momenteel activistischer kenmerken vertoont dan bijvoorbeeld de literatuur, waar vanouds altijd alles zwart-op-wit stond. In musea zijn we steeds meer bouwstenen van het ethische huis in het esthetische bouwwerk aan het opzetten.” Er is weliswaar altijd wel een kritische geest, “diepere waarheden”, werkzaam in de beeldende kunst maar alleen zichtbaar voor het geoefende oog omdat het onder de oppervlakte verborgen zit, aldus Wolfs. Hij wijst hier dus op twee dingen. Enerzijds de volgens hem niet direct zichtbare mogelijke betekenis en toegankelijkheid van kunst, (tot bijvoorbeeld inhoudelijk de intenties, boodschap, mededeling, associaties, kenniskritiek, protest, propaganda) en het veranderende beleid van musea die blijkbaar de ethische aspecten van de kunstbeschouwing hebben verwaarloosd. In hoeverre alle musea deze analyse onderschrijven is afwachten. Wel wijst dit op de bijzondere bijdrage van kunstinitiatieven die opereren in de marge van de culturele infrastructuur en juist wel de relatie esthetiek-ethiek regelmatig aan de orde stellen. Zijn uitspraken geven tevens aan dat in het algemeen het publieke kunstdiscours gebaat zou zijn met het accentueren van het historisch-filosofisch traject dat de hedendaagse beeldende kunst heeft afgelegd. Een traject ook wat recht doet aan het  verbeelde streven naar emancipatie en het opheffen van ‘ongelijkheid’ van mens, beroep, waarheid en ideaal. Niet in de vorm van nivellering of onverschilligheid maar daarentegen lettend op waardigheid en respect voor het andere en het ‘andersdenken’. Voor het anticiperen van anders kunnen zijn. Voor de mogelijkheid ook dat kunst belangeloos en onnuttig kan zijn.

*nrc next artikelen 21 januari 2021 (H. den Hartog Jager), 27 januari (E.Kieft), 2 febr. (R.Wolfs);  25 januari (M.Stikker) https://waag.org/en/article/waag-future-lab-design-and-technology  ; Thema van de Maand vd Filosofie 2014 was ‘Ongelijkheid’. Op uitnodiging van DeFKa Research gaf filosoof Judith Vega toen een lezing over De Fictie van Gelijkheid. Add.: Sinds juni bestaat er een SCR: “Bij ons kunt u aankloppen om samen met de beste kunstenaars en ontwerpers van Nederland te werken aan nieuwe toekomsten rond maatschappelijke vraagstukken.’’ https://www.sociaalcreatieveraad.nl/

Geplaatst in Geen categorie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: